Uncategorized

E-nummers

E-nummers: sluipmoordenaar, of zo slecht nog niet?

”Flinke ingrediëntenlijst, wat ben je aan het maken?
Een nieuwe energiedrank? Light frisdrank? Ruimtevoedsel? Zenuwgas?”

Nou, ik maak helemaal niks, maar dit zijn alle uitgeschreven ingrediënten van … een passievrucht.

Wat?! Een passievrucht? Maar van E-nummers krijg je toch hoofdpijn, diabetes en kanker? En zie hier: E236, E296, E163, E162, E160a, E161b, E161c, E140, E161d, E161e,E161g, E161h, E300, E307, E210; allemaal enge termen met streepjes, cijfers en ‘Griekse-ijs’ erin (niet dat lekkere toetje). Dat kan toch nooit kloppen?

Wel, daar gaan we het nu dus over hebben. Er heerst een enorme discussie rond E-nummers. Net als bij suiker zijn veel mensen overtuigd dat je deze moet mijden. Een beetje zoals een misogynist meiden mijdt.

Wat zijn E-nummers?

Waar slaat dat eigenlijk op, een E-nummer? Iedereen weet dat ‘E’ een letter is, geen nummer.

E-nummers zijn stoffen die binnen de EU zijn toegelaten als toevoeging in voedingsmiddelen die bedoeld zijn voor menselijke consumptie. Hier hebben we meteen het eerste belangrijke punt te pakken: het zijn stoffen die zijn toegelaten als toevoeging. E-nummers worden dus niet gefabriceerd in duistere laboratoria in de kelder van een of ander Oostblokland. Het zijn net zo goed stoffen met een natuurlijke oorsprong, zoals in die van een passievrucht.

Daarom is het predicaat ‘’vrij van E-nummers’’ vaak bullshit.

E-nummers kunnen verschillende functies hebben. Ze kunnen worden gebruikt als kleurstoffen, conserveermiddelen, antioxidanten, emulgatoren, verdikkingsmiddelen, glansmiddelen, smaakversterkers etc. etc. Vitamines overigens ook. E-nummers zorgen er vooral voor dat voedsel er beter uit ziet en langer goed blijft. Met andere woorden, sommige E-nummers zijn nodig om ervoor te zorgen dat ons voedsel niet snel bederft, anderen zijn aanwezig omdat het oog ook wat wil (om naar te kijken, geen voedsel in je oog stoppen alsjeblieft).

Het zijn er nogal wat; 338, als ik goed heb geteld . Het is dus ook onmogelijk om alle E-nummers individueel te behandelen. Daarnaast is het niet mogelijk om alle E-nummers over één kam te scheren; ik heb het hier over E-nummers in het algemeen en dat de angst ervoor doorgaans extreem overdone is. Ik zeg by no means dat zwavelzuur(E513) hetzelfde effect op je lichaam heeft als vitamine C (E300) of Kurkuma (E100).

‘’Waarom moet die troep overal in? Schande dat die bende overal wordt ingestopt!’’
O ja..? Hier heb je some food for thought….


Dit hoor je nog wel eens voorbij komen; mensen die pissig zijn dat er ‘maar van alles’ overal aan wordt toegevoegd: hier een schep zout, daar wat E-nummertjes, vrachtje suiker d’rbij, zooo. “Lekker ongezond en ondertussen de onbewuste burger ziek maken! Waarom doen fabrikanten dat? Ik hoef dat niet hoor! Vind ik écht niet kunnen!”

O nee? Vertel mij eens, hoe vaak pak jij de komkommer uit het groente vak met hier en daar wat gele vlekken, die er een beetje rimpelig uitziet bij de uiteindes? Niet zo vaak, toch? Hoe vaak pak jij een krop sla met wat zwarte randjes op de uiteindjes van 3 blaadjes? En vertel eens, pak jij liever die verpakking met krakelingen die mooi glimmen, of die ernaast die er wat mat en dof uitzien? Je eet het toch vandaag op, wat maakt ‘t uit?

Precies daarom!

We gooien in Nederland 70 kg aan voeding weg. Per persoon. Per jaar. Per jaar gooien de rijkste landen alleen al 222 per jaar weg. 222 wat? 222 duizend kilo  -ongeveer het gewicht van 200 auto’s? Nope. Miljoen dan? Miljard? No, how about 222.000.000.000 kilo? Dat is even veel voedsel als er in heel sub Sahara Afrika per jaar wordt geproduceerd. Wel even schrikken, hè?

Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat we daarom E-nummers moeten eten for dear life. Maar ik wil wél zeggen dat wij gigantisch picky en verwend zijn wanneer het op voeding aankomt. Ons eten MOET en ZAL er goed en mooi uitzien, anders knallen we het gewoon de prullenbak in. Of kopen we het niet en laten we het de supermarkt weggooien. Geen verschil. Hoeven we in ieder geval niet van onszelf te denken dat we voedsel aan het verspillen zijn. De fabrikanten knallen al die additieven niet voor de lol erin. Waarom zouden ze? Het kost ze namelijk veel geld. De enige reden dat al die honderden additieven bestaan, is omdat wij, de consumenten, zorgen dat daar een markt voor is.

Food for thought.

‘Veiligheid

Dit is een gevoelig onderwerp. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat E-nummers allerlei negatieve gezondheidseffecten kunnen hebben. Hier eventjes een greep uit een lijst met mogelijke gevolgen van een beet van een ratelsla..EUH ik bedoel van aspartaam: Hoofdpijn, duizeligheid, epileptische aanvallen, moeilijk ademen, spierspasmen, een onregelmatige hartslag, gewrichtspijn, verlies van gezichtsvermogen en… de DOOD! Deze lijst gaat maar door.

Ik ga hier verder niet uitweiden over aspartaam (daar zal ik nog wel een keer een apart artikel over plaatsen), maar het mag duidelijk zijn dat mensen doodsbenauwd worden van aspartaam/E-nummers Maar, hoe zit dit nou echt?

Allereerst is het een feit dat een theorie nooit te bewijzen is.

Je kan alleen bewijzen dat een theorie niet klopt. We zullen dus nooit kunnen bewijzen dat E-nummers veilig zijn. Of sporten. Of WiFi. Of mobiele telefoons. Waar we wel bewijs van kunnen verzamelen, is dat het niet waar is dat E-nummers deze ziektes veroorzaken. Zie het zo: Ik heb een doos voor me met oneindig veel muntjes van 5 cent. Mijn theorie is dat er in deze doos alleen maar 5 cent-muntjes zitten. Prima, maar hoe ga ik dat bewijzen? Dat is onmogelijk omdat er oneindig veel muntjes in de doos zitten. Als ik nu één voor één de muntjes uit de doos haal en ik heb na 10.000 muntjes alleen maar 5 cent-muntjes opgevist, is de theorie wel heel aannemelijk maar nog steeds niet bewezen. Trek ik bij 10.001 een 10 cent-muntje, dan is dus duidelijk dat de theorie niet klopt. Zo is het in de ruimtevaart, in natuurkunde, in de biologie… met alles.

Nu is in deze analogie het leven de doos, en is de waarheid oneindig. We kunnen dus met studies steeds aannemelijker maken dat een E-nummer een bepaalde ziekte niet veroorzaakt, maar 100% zekerheid bestaat nooit. Ander voorbeeld: wat is het volgende getal in deze reeks: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12? 13 misschien? Nee, fout: 1. Ik had namelijk een klok in gedachte. En dit, dames en heren, is dus de basis van wetenschap; we krijgen een deel van de waarheid onder ogen: een x-aantal 5 cent-muntjes, of 12 cijfers uit een reeks, of een aantal gevallen van een aandoening of het effect van een bepaalde stof, of het gebrek daaraan. Aan de hand van deze onvolledige waarheid moeten we een educated guess maken over wat de waarheid is. Het is onmogelijk om iets écht 100% zeker te weten, zonder enige vorm van twijfel.

Zo, en nu eerst weer even bij de les komen.

Nu klinkt dit misschien twijfelachtig en denk je nog steeds dat je E-nummers beter kan vermijden, maar lees eventjes verder. Ik ga je vertellen hoe de veiligheid van E-nummers wordt gecheckt en wat er wordt gedaan om de veiligheid ervan zo goed mogelijk te garanderen.

De procedure voor het toelaten van additieven tot de lijst met E-nummers is een hele strenge. Een onafhankelijk comité checkt of ze daadwerkelijk veilig zijn. De EFSA (European Food Safety Authority) draagt deze verantwoordelijkheid. Additieven worden streng gecontroleerd op negatieve gezondheidseffecten. In het bijzonder ook op kankerverwekkende activiteit en zelfs na goedkeuring worden ze nog continu gecheckt. Onderzoeken naar deze effecten worden samengeraapt en waar nodig aangevuld om tot een zo compleet mogelijke conclusie te kunnen komen. Hoe dit doorgaans wordt onderzocht? Er zijn heel veel factoren die kunnen zorgen voor onderlinge variatie: leeftijd, geslacht, gewicht, lichaamssamenstelling, dieet, etc. hebben allemaal invloed op je gevoeligheid voor een stof. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat ook de zwakste in de samenleving geen negatieve effecten ondervinden van de additieven in voeding, gaat men eerst met dierproeven opzoek naar de NOAEL (No Observed Adverse Effect Level).

Dat is een mooie reeks woorden, klinkt lekker wetenschappelijk ook! Maar wat moeten we ons hierbij voorstellen?

De NOAEL is de hoogste dosering van een bepaalde stof die je kan nemen zonder een significant risico te lopen op enig negatief effect, in vergelijking met iemand die deze stof niet neemt. Met andere woorden, wanneer groep A gedurende een bepaalde periode een NOAEL dosering krijgt van, laten we zeggen, E300 en groep B krijgt deze niet, dan zal groep A niet minder gezond zijn of meer negatieve gezondheidseffecten ervaren dan groep B. Klinkt vrij veilig, toch?

Maar wacht, er is meer………

Wanneer de NOAEL van een bepaalde stof is gevonden, gaat men verder met safety factors om de ADI (Acceptabele Dagelijkse Inname) te berekenen. De ADI is in het algemeen 1/100e van de NOAEL. Hier zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld voor ouderen of kinderen. Soms wordt er zelfs gebruik gemaakt van een factor 10.000. Nu en dan worden deze stoffen verder onderzocht door de Cancer Assessment Committee om te onderzoeken of deze stoffen carcinogeen (kankerverwekkend) zijn.

Een korte samenvatting: Men zoekt door middel van dierproeven naar een maximale dosis die genomen kan worden, zonder dat deze dosis enig significant biologisch gevolg heeft (de NOAEL). Deze dosis wordt dan (met meestal een factor 100) verkleind om op de ADI te komen. Dit is de toegestane dosis voor menselijke consumptie.

Kortom…
…nu wil ik met dit hele verhaal absoluut niet zeggen dat je er maar lustig op los moet strooien met zoetstof zoals Tony Montana met een ander wit poeder deed. Of dat je al je voeding moet gaan verven met kleurstof alsof je Picasso bent? Mijn punt is echter wel dat die bangmakerij rond E-nummers zeer zeer, zeer zeer zeer, ZEER onterecht is.

 

 

(Bron: Jan Willem van der Klis)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *